VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Spreiding, veerkracht, voorspelbaarheid. Dat belooft Euronext. Minder afhankelijk van grillige handelsvolumes, meer inkomsten uit data en infrastructuur. Dat is sinds het aantreden van topman Stéphane Boujnah in 2015 de strategische koers van Euronext.

Hoe ver is de beursuitbater met dat project? Is de afhankelijkheid van grillige handelsvolumes echt verminderd? En belangrijker: is die verschuiving nog wel zo verstandig, nu AI juist de waarde van data en software kan uithollen?

Van handelsplatform naar infrastructuurgroep
Euronext is in de kern een effectenbeurs. Het verdient geld aan transacties in aandelen, obligaties en derivaten. Als beurzen stijgen en beleggers veel handelen, lopen de inkomsten snel op. Meer transacties betekent meer omzet. In rustige jaren met weinig handel valt de omzet terug.

De kosten van een beurs zijn grotendeels vast. Handelsplatformen, IT-systemen, toezicht en personeel kosten geld, ongeacht het aantal transacties. Dat betekent dat schommelingen in volumes sterk doorwerken in de winst.

Om minder cyclisch te worden, verbreedde Euronext het verdienmodel via overnames. De grootste stap was Borsa Italiana. Daarmee kocht Euronext niet alleen extra handelsvolume, maar vooral ook de keten eromheen: clearing, afwikkeling (settlement) en meer marktdata. Het doel: meer inkomsten die doorlopen, ook als handel stilvalt.

Wat is er feitelijk veranderd? 
Dat Euronext zijn vleugels meer heeft uitgeslagen, is terug te zien in de omzetmix. In 2020 kwam ongeveer de helft van de bedrijfsopbrengsten uit activiteiten die direct meebewegen met handelsvolumes — zoals transacties in aandelen en derivaten. In 2025 komt echter 59 procent van de omzet uit activiteiten die niet direct meebewegen met de marktvolumes.

Dat zie je ook terug in de relatie tussen omzet en handelsvolume. Sinds de integratie van Borsa Italiana beweegt de totale omzet minder één-op-één mee met het volume dan vóór 2021. Bij vergelijkbare handelsvolumes ligt de omzet structureel hoger dan enkele jaren geleden.

Toch is Euronext niet “stabiel” geworden. Trading blijft de turbo. Extra volume komt snel in de winst terecht, juist omdat de kostenbasis grotendeels vast is. Dat werkt twee kanten op: in sterke jaren schiet de marge omhoog, in rustige jaren zakt die weer weg.

Structureel hogere omzet bij vergelijkbaar volume

Bron: Bloomberg; Bedragen in miljoenen

Wat is nu dat ‘non-volume’?
Euronext onderscheidt bij haar cijferrapportages twee segmenten: ‘volume’ en ‘non-volume’, ofwel inkomsten die wel of niet direct meebewegen met handelsvolumes.

Het concern werkt daarmee de indruk dat er een duidelijke scheidslijn zit tussen cyclisch en stabiel. In de praktijk is dat onderscheid minder zwartwit.

Een deel van de zogenoemde non-volume inkomsten komt uit marktdata en technologie. Euronext verkoopt historische koersdata, real-time handelsinformatie en indexlicenties aan grote vermogensbeheerders en dataleveranciers zoals Bloomberg. Dat zijn contracten met terugkerende vergoedingen onafhankelijk van handelsvolume.

Daarnaast verdient de groep aan het bewaren van effecten en het afwikkelen van transacties. Deze inkomsten zijn nauwelijks gevoelig voor het aantal dagelijkse transacties, maar worden natuurlijk wel enigszins beïnvloed door het sentiment op de markt en de drang van beleggers om te handelen. Als er structureel minder wordt gehandeld, minder beursbedrijven zijn, er minder aandelenbewijzen of afgeleide producten op de markt zijn, dalen ook deze inkomsten.

Ook inkomsten uit beursintroducties vallen onder non-volume. Maar IPO’s zijn juist sterk afhankelijk van het beursklimaat. In een slecht beursjaar komen er minder nieuwe noteringen. 

Non-volume betekent dus vooral: minder direct gekoppeld aan het dagvolume van aandelenhandel. Het betekent niet: losstaand van de markt (zie kader).

Data en software onder druk  
De strategische ommezwaai van Euronext rust op data en infrastructuur. Dat moet de winst voorspelbaarder maken. Maar die stabiliteit is niet organisch gegroeid. Ze is gekocht.

De overname van Borsa Italiana kostte 4,3 miljard euro. Dat is ruwweg 30 procent van de huidige beurswaarde van Euronext. Daarna volgden meerdere kleinere datadeals. Beursdata, custody en clearing.

Decennium aan overnames Euronext: Euronext bouwt aan de keten rond de beurs 

Overname 

Jaar 

Prijs 

Strategische betekenis 

FastMatch 

2017 

n.b. 

FX-handel 

Irish Stock Exchange (Ierse beurs) 

2018 

~€137 mln 

Toegang tot Ierland 

Oslo Børs (Noorse beurs) 

2019 

~€625 mln 

Nordics + toevoeging Central Clearing Depositary (CSD) 

VP Securities (Denemarken) 

2020 

~€300 mln 

Custody & settlement 

Borsa Italiana Group (Italie) 

2021 

€4330 mln 

Clearing, CSD, fixed income 

Admincontrol 

2024 

~€398 mln 

Versterking dataproducten 

Global Rate Set Systems 

2024 

n.b. 

Versterking dataproducten 

Substantive Research 

2024 

n.b 

Versterking dataproducten 

ATHEX Group (Griekenland) 

2025 

~€413 mln 

Toegang tot Griekenland 

Bron: Publicaties Euronext. 

Euronext bouwde geen technologieplatform. Het breidde vooral de beursketen uit. Dat verschil is fundamenteel. 

Concurrenten als Deutsche Börse en LSEG kozen een andere route. Zij kochten niet alleen beursinfrastructuur, maar complete data- en analyseplatforms. De megadeal van Refinitiv door LSEG in 2021, ter waarde van circa 27 miljard dollar, was daar het toonbeeld van. Het doel was schaal in data, analytics en terminals. Minder beurs. Meer Bloomberg-achtig.

Euronext bleef dichter bij de bron. Het verkoopt officiële koersinformatie, orderboekdata en indexlicenties. Ruwe data. Direct uit het handelsproces. Dat model lijkt minder kwetsbaar voor disruptie door AI. AI kan analyses versnellen, maar geen officiële beursdata produceren. De bron blijft schaars en gereguleerd.

Topman Stéphane Boujnah relativeerde tijdens de earnings call de vermeende datadrang in de sector: “jarenlang werd mij verteld dat Euronext de datarevolutie miste. Data was het nieuwe olie. Misschien hebben we die datatrein gemist — maar misschien was het wel een Titanic-trein.”

Wie naar de beurskoersen, kijkt moet de Euronext-topman gelijk geven. LSEG verloor de afgelopen twaalf maanden circa 22 procent en Deutsche Börse zo’n 10 procent. Euronext steeg bijna 14 procent.

De conclusie moet zijn dat Euronext vooral een beursbedrijf is gebleven. De AI-risico’s lijken bij Euronext kleiner dan bij pure analyseplatforms. Maar uiteindelijk blijft één factor dominant. De markt. En die blijft de baas.

Non-volume: minder stabiel dan het label suggereert 

- Euronext maakt onderscheid tussen volume en non-volume. De VEB ziet in de praktijk een duidelijke tussencategorie. Een groeiend deel van de inkomsten beweegt wel mee met de beurscyclus, maar niet één-op-één met dagvolume.

- Die categorie zou je semi-volume kunnen noemen. Hieronder vallen bijvoorbeeld custody-diensten. Deze activiteiten zijn duidelijk volatieler dan het verkopen van beursdata, maar niet direct gekoppeld aan dagelijkse handelsvolumes. 

- De groei zit dus minder in volledig stabiele inkomsten, en meer in inkomsten die indirect meebewegen met de markt.  Non-volume is dus geen synoniem voor stabiel: een aanzienlijk deel van deze inkomsten blijft afhankelijk van de beurscyclus.  


Bron: Bloomberg. Bewerking VEB 




Gerelateerde artikelen